Top navigation

Interview met Benjamin Vandewalle

"Het feit dat ze in het alledaagse leven een koppel zijn, vond ik interessant. Ik zou bij wijze van spreken hun kind kunnen zijn." Interview met Benjamin Vandewalle, choreograaf en danser in Common Ground

Zonder dans geen wij

Het is de eerste keer dat je een voorstelling maakt met dansers met een beperking. Waarom wilde je zo graag met Platform-K samenwerken? 

"Ik ben opgeleid als choreograaf en danser, maar mijn werk heeft in het verleden altijd diverse vormen aangenomen, van installaties tot voorstellingen in de publieke ruimte of volbloed dansstukken op hedendaagse muziek. Ik begeef me graag in nieuwe contexten met onverwachte uitdagingen. Voor Common Ground had ik nog nooit samengewerkt met dansers met een beperking. Meer zelfs, hun wereld was me volkomen vreemd, zowel op professioneel als persoonlijk vlak. Ik wilde nagaan in hoeverre mijn beeld van mensen met een beperking strookt met de realiteit." 
 
Aanvankelijk zou je een duet met Kobe maken, maar uiteindelijk heb je gekozen voor een trio, met Hannah erbij. Waarom? 

"Tijdens een workshop met de dansers die in de werkplaats van Platform-K worden opgeleid, had ik met beiden meteen een fysieke klik. Hannah en ik voelden elkaar tijdens improvisaties erg goed aan. Heel vaak luisterde ze, eigenwijs zoals ze is (lacht), niet naar de oefeningen die ik gaf, maar kwam ze op de proppen met een eigen voorstel. Kobe kon dan weer heel alert reageren op muziek. Al beatboxend, toverde hij geweldig materiaal uit zijn mouw. 
 
Het is ontzettend boeiend om in hun wereld binnen te stappen. Alle spelregels, je geijkte manier van werken en communiceren moet je opnieuw uitvinden. Het idee dat Hannah en Kobe in de meerderheid zijn op het podium, was een strategische keuze. Ook het feit dat ze in het alledaagse leven een koppel zijn, vond ik interessant. Ik zou bij wijze van spreken hun kind kunnen zijn. 
 
Onze norm van wat we als ‘normaal’ beschouwen, is eigenlijk volledig willekeurig. Via kunst krijg je de kans om die normen om te plooien. Common Ground wil een andere manier van kijken en ervaren creëren. Vergelijk het met de Vipassana-meditatie, waarbij je via een grondige zelfobservatie een ander blik op jezelf en de ander ontwikkelt. Hannah en Kobe vallen door hun beperking zogezegd buiten de norm, maar het is precies die perceptie die we willen bijstellen. Ze hebben allebei een unieke, artistieke stem. Dat de speelreeks al wekenlang van tevoren uitverkocht was, heeft alles met hen niet te maken, niet met mij (lacht)." 
 
De inzet van de voorstelling zit al vervat in de titel, Common Ground. Hoe heb je een gemeenschappelijke taal proberen vinden waarin iedereen zijn eigenheid kwijt kon? 
 
"Tijdens de repetities heb ik me vooral de vraag gesteld: ‘Wat kunnen we samen maken?’ Niet zozeer: ‘Wat wil ik maken?’ Het laatste wat ik wilde, is Hannah en Kobe in een keurslijf duwen. Tijdens het creatieproces moest ik vaak denken aan een scène uit de film The Matrix, waarbij een boeddhistisch jongetje een lepel probeert om te buigen. Hij zegt: “Do not try and bend the spoon, that’s impossible. Instead, only try to realize the truth… There is no spoon. Then you’ll see that it is not the spoon that bends, it is only yourself.” Dat vat het eigenlijk heel mooi samen. Als choreograaf wilde ik zoveel mogelijk naar Hannah en Kobe toe bewegen, zodat zij volop konden uitblinken. Net zoals avant-garde-componist John Cage heb ik me zoveel mogelijk laten leiden door het toeval en probeerde ik zo min mogelijk zelf beslissingen te maken. Ik volgde de situatie en stuurde die aan, maar Hannah en Kobe bepaalden de condities én mogelijkheden. Samen zijn we op zoek gegaan naar een choreografische modus waarbinnen we elkaar op een zo evenwaardig mogelijke manier konden ontmoeten. Bij Kobe mondde dat uit in een zeer directe, fysieke communicatie. Met Hannah heb ik voornamelijk een dialoog via improvisatie gevoerd, waarbij we elkaar als twee individuen, elk met onze eigen taal, aftastten. Ook het materiaal uit het duet tussen Kobe en Hannah komt helemaal uit hun eigen verbeelding. 
 
Het resultaat is een vorm die onze samenwerking in beeld brengt. De band tussen ons is de kern van de voorstelling en dat is een bewuste keuze. De ontmoeting tussen onze drie persoonlijkheden en lichamen was al zo veelbetekenend dat we geen externe thema’s of materiaal moesten aanboren. Dat is trouwens ook de reden waarom we in de voorstelling enkele voice-overs uit de repetities gebruiken. Ik vond het belangrijk om Kobe en Hannah niet alleen als dansers te tonen, maar ook als mensen. Het proces dat we hebben doorgemaakt en onze dynamiek worden zo deel van het stuk. Voor alle duidelijkheid: het lijkt misschien niet zo, maar die geluids- en videofragmenten zijn volledig spontaan, niets is ingestudeerd (lacht). "
 
Was het voor jou een groot verschil om met Hannah en Kobe te werken, vergeleken met de ‘klassieke’ dansers die je gewoonlijk vraagt voor je werk? 
 
"De typische moeilijkheden waarop je bij dansers zonder een beperking stuit - misverstanden, onuitgesproken frustraties, artistieke meningsverschillen, agenda’s die niet matchen, te laat komen... - zijn bij Kobe en Hannah afwezig. In de plaats komen er andere zaken. Soms verliezen ze hun professionele drive en kunnen ze bepaalde opmerkingen erg persoonlijk nemen, met grote emoties tot gevolg. Dan heb je veel geduld nodig om de situatie te ontmijnen. Het is ook niet altijd evident om bepaalde bewegingen vast te leggen in een choreografie, zonder dat de kwaliteit ervan verandert. Maar dat is geen beperking, dat noem ik gewoon ‘anders zijn’. Ik denk dat ze tijdens het proces ook veel geleerd hebben over werkethiek en doorzettingsvermogen.
 
Kobe en Hannah zijn in elk geval dansers die je als choreograaf ontzettend veel aanreiken. Ze geven je alle ruimte om te zijn wie je bent, in al je onzekerheid, twijfels en ritme.  ‘Klassieke’ dansers kunnen vaak veel verwachtingen hebben, of ze zijn kritisch over wat je voorstelt, wat een creatieproces onder druk kan zetten. Hier kreeg ik alle tijd om na te denken en om het ook even niet te weten. Dat is zo kostbaar. Kobe en Hannah willen alles uitproberen en je weet heel snel of iets werkt of niet. Soms overschrijden ze grenzen, maar je kan onmogelijk kwaad zijn op hen. Ze maken je heel mindfull." 
 
Hoe hebben Kobe en Hannah jou als danser én choreograaf uitgedaagd? 
 
"Ik heb mezelf nooit beschouwd als een choreograaf pur sang. Mijn kracht ligt niet in het minutieus finetunen van bepaalde frases of het maken van een complexe bewegingspartituur. Om écht dansant werk te maken, moet ik zelf mee op de scène staan en een fysieke dialoog aangaan met de andere dansers. Hoewel ik tussen mijn achtste en dertigste bijna onafgebroken heb gedanst, heb ik de laatste twee, drie jaar vooral van buitenaf, als choreograaf, voorstellingen gemaakt. Het was fantastisch om mezelf nu terug als danser te ontdekken. Vergelijk het met een concertpianist die na een lange periode terug Bach mag spelen. De vrijheid is groot. 
 
Ik heb de neiging om de lat vaak heel hoog te leggen, of zaken nodeloos complex te maken. Door en in de samenwerking met Hannah en Kobe heb ik de eenvoud durven toelaten. In deze overprikkelde tijden kan een eenvoudig gebaar al zo krachtig zijn. Ook dat is trouwens iets wat Common Ground me geleerd heeft. Als choreograaf word je tot in den treure geconfronteerd met de vraag wat dans kan betekenen, waar de maatschappelijke relevantie ervan ligt. Wel, hier heeft de dans een onmiskenbare bestaansreden. Het is de vorm die we gevonden hebben voor onze ontmoeting, de manier waarop we met elkaar konden communiceren. Zonder dans, geen wij." 

Interview: Charlotte De Somviele

Lees ook onze interviews met Kobe, Hannah en Fulco.