Top navigation

Alles wat je wou weten maar nooit durfde vragen

Hoe zoeken/vinden jullie choreografen om mee te werken?

Via het netwerk dat we inmiddels opbouwden met choreografen, dansdocenten en gezelschappen waarmee we reeds werk(t)en.
Ook hebben we een artistieke stuurgroep, een klankbord dat ons bijstaat in artistieke keuzes, zoals de keuze voor een maker.
Deze bestaat uit ondermeer Charlotte De Somviele (dans recensente De Standaard & co-hoofdredactrice Etcetera) en Jan Steen (acteur & opleidingshoofd drama KASK). Zij zitten goed genetwerkt in de podiumkunsten en geven suggesties voor interessante samenwerkingen. Binnen Platform-K leven natuurlijk ook voldoende ideeën en aspiraties voor bepaalde samenwerkingen.

Meestal nodigen we een dansmaker eerst uit voor een workshop in de danswerkplek of een residentie van een maand. Hier kan hij/zij al eens proeven van het werken met onze dansers om dan samen te beslissen of we voor een volwaardige voorstelling gaan.
Vooronderzoek is belangrijk, aangezien mensen met een beperking nog (te) weinig gekend zijn binnen de kunsten en makers zich daar wel eens onwennig / zoekend bij kunnen voelen. Tijd geven is de sleutel voor een succesvolle samenwerking. 

Wat vinden jullie belangrijk in de zoektocht naar choreografen? Waar focussen jullie op?

Open staan voor personen met een beperking en het durven loslaten van vooronderstellingen, vaststaande verwachtingen. 
Open staan voor wat er gebeurt in het moment in de samenwerking. 
Onze dansers hebben zo’n eigenwijze manier van materiaal en opdrachten interpreteren dat er meestal andere dingen gebeuren dan je op voorhand gedacht had. Kunnen loslaten en bijsturen is dus noodzakelijk. Net als kunnen meegaan met hun flow.

In het maakproces bepalen onze dansers het tempo. Soms hebben ze nood aan rust, dan eens aan meer uitleg of visualisaties (bvb. bij abstracte dansopdrachten). Als maker moet je daarvoor kunnen openstaan en er creatief mee omspringen. Daar zit de uitdaging.

Eigenlijk neemt het menselijke aspect meer ruimte in in ons werk. Actief luisteren, kijken naar mekaar, ruimte geven aan mekaar. Wederzijdse inspiratie is de motor van het maakproces, niet het eenzijdig aanleren van dansmateriaal.

In de zoektocht naar dansmakers zoeken we ook naar mensen die artistieke eisen durven stellen aan onze dansers.
We zijn een volwaardige danscompagnie met volwaardige dansers. Dit wil zeggen dat een maker ook verwachtingen aan hen kan stellen zoals: op tijd komen, doorwerken, op de tanden bijten, zelfstandig opwarmen en stretchen, gezond eten, concentreren, …De lat hoeft niet naar beneden  omdat het mensen met een beperking zijn. Ze kunnen wel wat aan, ook qua werkdruk en stress, mits de juiste ondersteuning. Daarvoor zijn wij, vanuit Platform-K, steeds in de repetitieruimte. We waken er ook mee over dat een maker geen compromissen sluit op artistiek vlak. De maker moet kunnen doen wat hij/zij in gedachten heeft en niet gaan voor een ‘light versie’.

Hoe ziet een ‘ideaal’ repetitieproces er voor jullie uit? Welke waarden hanteren jullie daar?

Bij een nieuwe creatie rekenen we meestal op 4 maanden creatietijd.

Normaal drijven we het repetitieschema geleidelijk op: van 3 dagen in het begin, naar 4 en 5 volle dagen op het einde.
Met “Common ground” hebben we voor het eerst 5 volle werkdagen gewerkt van begin tot einde.

Het repetitieschema is heel afhankelijk van de draagkracht van de dansers. Met Kobe en Hannah werkte een voltijds repetitieschema goed, met voldoende rustruimte tussendoor. ’s Middags voorzien we bijvoorbeeld voldoende rusttijd. Een noodzakelijke middagdut om terug om krachten en concentratie te komen.

Een ideaal repetitieproces is wanneer dansers en maker een goeie werkflow vinden en er niet teveel ‘pijntjes’ en blokkages naar boven komen. Onze dansers (in het geval van Common Ground, beiden met Down Syndroom) kunnen zaken als vermoeidheid of een probleem niet altijd onder woorden brengen. Dit vertaalt zich dan soms in fysieke ‘pijntjes’. Vanuit Platform-K kunnen we dit inmiddels goed lezen en erop inspelen. Op zo'n momenten treden wij op als brugfiguur tussen maker en dansers.

Mensen met een beperking zijn ook niet altijd gewend om door te bijten.
Binnen het zorgssysteem waar velen van jongsafaan terecht komen krijgen ze vaak te horen ‘jij kan dat niet, ik zal dat wel doen voor jou’. Verantwoordelijkheden worden uit handen genomen (bepampering). In de dansstudio spreken wij hen aan op hun verantwoordelijkheden als danser. Dat clasht soms of heeft dus training nodig. 

Skills, verantwoordelijkheden en de juiste attitudes aanleren als professionele dansers krijgen ze aangeleerd in de danswerkplek. Hier worden ze klaargestoomd voor creatieprocessen. Meer info over de danswerkplek lees je hier:  https://platform-k.be/nl/danser-worden

De voornaamste waarde is professionaliteit, die van alle partijen wordt verwacht.

Wat betekent ‘inclusie’ voor jullie?

In ons geval betekent inclusie dat dansers met en zonder beperking op gelijke voet samenwerken aan nieuwe vormen van danscreatie.

Inclusieve dans heeft niets te maken met liefdadigheidswerk. Het gaat om evenwaardigheid: alle dansers geven evenwaardige input, er is geen sprake van een zorgrelatie.

Natuurlijk heeft dat gradaties in zich en moet dit groeien. Mensen met een beperking hebben vaak een inhaalmanoevre te doen. Ze kunnen (helaas nog) niet van jongsafaan naar academies, balletscholen, conservatoria om hun danstalenten te ontdekken en te ontplooiien. Daarom hebben ze nog veel te leren als ze bij ons komen. Precies daarom moet ook die verhouding van evenwaardigheid op dansniveau groeien. 
Ziedaar het belang van professionele danstraining.

Waar juist ligt voor jullie het belang van de danstraining? Hoe wordt die danstraining opgebouwd?

Om op evenwaardige voet te kunnen samenwerken met niet-beperkte dansers en makers is danstraining noodzakelijk. Naast het puur danstechnische aspect (lichaamsbewustzijn, grondwerk, technieken om te rollen, liften, springen, etc..) trainen we ook andere belangrijke skills.
Leren samenwerken, kijken naar mekaar, feedback leren geven en ontvangen, reflecteren op jezelf als danser en op dans, omgaan met publiek, aandacht verdelen, ... Maar ook professionele attitudes zoals: wekelijkse aanwezigheid, training thuis, op tijd komen, respect voor de ander, respect voor je lichaam, blessure preventie, gezond eten, …. en ga zo maar door. Heel veel om te leren. Zeker als je weet uit welke (over-)beschermde milieus sommigen komen. 

Zonder de danswerkplek, onze opleiding voor getalenteerde dansers, zouden we geen voorstellingen kunnen maken. 

Welke waarden hanteren jullie in het op scène brengen van personen met een beperking?

We willen in eerste instantie onze dansers tonen als ‘dansers’. Niet hun beperking staat centraal, wel het feit dat ze getrainde dansers zijn en hun eigen unieke inbreng hebben in de voorstelling. Daarvoor moeten ze natuurlijk op een zeker niveau staan. Niet elke danser die bij ons in opleiding zit, staat al op dit niveau. Deze fragiliteit bewaken we nauwlettend. We bepalen (in samenspraak met hen) binnen welke trajecten en contexten we ze inschakelen en tonen. Niet iedereen is al klaar voor het grote podium. Er zijn stappen daarnaartoe en stap voor stap gaan is nodig.

Voorstellingen moeten professioneel zijn. We willen wegblijven van amateuristisch sociaal-artistiek werk. We maken er een strijdpunt van om op reguliere podia en speelplekken te staan en niet steeds in dat aparte hokje van ‘dans met gehandicapten’ geduwd te worden. Daarvoor moet je natuurlijk kwaliteit leveren, en zoals je kan lezen gaan daar een heel voortraject aan vooraf.

Wat is de impact van de 'beperking' op het werkproces?

Uiteraard speelt dit mee.
Soms nemen dingen meer tijd in beslag (bijvoorbeeld omkleden, rusten, begrip, onthouden).
Soms komen er gevoelens naar boven, die niet-beperkte dansers eerder verstoppen.

Soms stelt iemand zich koppig op en valt er geen beweging meer in te krijgen.

Hetzelfde geldt voor dansers zonder beperking.
Soms lopen zij vast in improvisaties.
Soms durven zijn hun ‘imago’ niet los te laten (te bewust van wat het publiek van hen denkt).
Soms hangen ze teveel vast aan hun technische bagage.

Beperkingen hebben zeker en vast een impact: zowel een positieve als een negatieve.
We trachten steeds te werken vanuit de mogelijkheden maar worden uiteraard ook geconfronteerd met de moeilijkheden.

Wat wellicht de grootste impact heeft, soms nog meer dan de beperking, is persoonlijkheid. Dit drukt het meest van al een stempel op het werkproces.

In onze voorstellingen willen we niet wegsteken dat er verschillen zijn. Die zijn er sowieso. Maar dat neemt niet weg dat er een evenwaardigheid is in eigenaarschap van de voorstelling. Hierin streven we naar gelijkheid, voorbij barrières en verschillen.

Waarin liggen de verschillen in een werkproces met jullie dansers? En hanteren jullie specifieke methodieken om rond dans te werken met jullie doelgroep?

Er zijn wellicht meer gelijkenissen dan verschillen.
Elk danser doet het met zijn/haar mogelijkheden zowel fysiek als mentaal. Dat geldt voor elke danser. Eigen interpretatie en de creativiteit die je hierbij aan de dag legt, is wat je tot een sterke danser maakt. Zoeken naar manieren om een beweging onder de knie te krijgen
We werken heel actief met ‘vertaling’. Hoe vertaal je iets specifiek naar jouw lichaam? Kan je niet snel draaien, hoe krijg je de dynamiek van een draai toch voor mekaar? Kan je niet naar de grond gaan, hoe vertaal je de beweging dan rechtstaand? Zoeken naar een gedeelde taal door te focussen op de essentie van een beweging. Is dat een draai, een verplaatsing, een versnelling of vertraging? En hoe vertaal je dit naar jouw lichaam? Daar gaat het om.
Daarnaast is visualisatie ook een handige tool om abstracte kwaliteiten zoals ‘staccato’ of begrippen zoals ‘plié’ verstaanbaar te maken. Gebruik maken van beeldtaal scherpt de inleving en fantasie aan. We hebben een gedeelde taal zoals ‘tramsporen’ voor ‘parallelle positie’.
Inleving in kwaliteiten (vloeibaar, spiralen, staccato, scherp, uitgerokken, …) stimuleren we door gebruik te maken van voorwerpen die deze kwaliteiten verduidelijken: flesje water, elastiek, houten tekenpop, …

Meer over specifieke technieken en methodieken rond hedendaagse dans met personen met een beperking vind je in de praktijkgids “Eigendraads”. Een publicatie met input van Platform-K, Conservatorium Dans Antwerpen en Demos, uitgegeven en verdeeld via Danspunt. Meer info: http://www.danspunt.be/nieuws/eigendraads-de-kracht-van-inclusieve-dans