Skip to main content

“Op zoek naar onze gedeelde menselijkheid”: David Hernandez in gesprek met Amber Maes over zijn masterclass met Platform K

David Hernandez is een multidisciplinair kunstenaar: niet alleen een danser en choreograaf, maar ook een zanger, muzikant en beeldend kunstenaar. En een begenadigd prater, zo zal blijken. Heel precies zoekt hij het exacte woord dat hij nodig heeft, wil niet lossen vooraleer hij dat heeft. ‘Je had twee weken voor je workshop met de Platform K-dansers’, zeg ik steeds, verkeerdelijk. ‘Zeven dagen,’ corrigeert hij me, terecht, ‘verspreid over twee weken.’ 

Zeven dagen waarin hij samen met vijftien Platform K-dansers aan de slag ging om meer te weten te komen over wat hij al jaren zoekt: pure beweging. De dansers draaien om hun as, balanceren op één been, bewegen klein en gecontroleerd of vinden nieuwe manieren van lopen uit. Zelfs wanneer ze zonder muziek elk in hun eigen bewegingstaal lijken te dansen, vinden ze een gezamenlijk ritme waarin de afzonderlijke delen in elkaar klikken tot een geheel. Van Dubstep tot Bach en terug gingen David Hernandez en de Platform K-dansers op pad. 

© Rudy Carlier

David Hernandez: Juki, een van de dansers, bracht bijna bij iedere ontmoeting iets voor me mee: de harde schil van een noot, een blad van een boom, een gedicht dat ze met behulp van haar moeder vertaalde. Ik heb niet voldoende tijd met haar doorgebracht om haar echt te leren kennen, maar toch gaven die kleine cadeautjes die ze voor me meebracht me een inzicht in haar als persoon. 

Amber Maes: Elke groep dansers brengt altijd iets heel eigens mee naar de vloer. Wat leerde je van de tijd die je met de Platform K-dansers doorbracht?

DH: Zo’n workshop is een heel korte periode, zeker met een relatief grote groep van vijftien dansers. Eigenlijk ben ik de hele tijd bezig met het leren kennen van iedereen: wie ze zijn, wat hun talenten en mogelijkheden zijn, wat hun lichaamseigen vocabulaire is. In een workshop werk je anders – onder minder tijdsdruk – dan wanneer je samen een voorstelling repeteert. 

AM: Hoe breng je al die lichaamseigen vocabularia samen in een danstaal die ook de jouwe is?

DH: Ik werk altijd op de grens tussen improvisatie en choreografie. Of preciezer: zelfs in de meest uitgekiende choreografie zit, soms op een bijna onzichtbaar micro-niveau, altijd nog een vorm van improvisatie; in hoe lichamen op elkaar reageren bijvoorbeeld, of hoe een bepaald lichaam een bepaalde beweging uitvoert. Ik geef liever bouwstenen die op elkaar gestapeld kunnen worden dan vastgelegde bewegingen. Dat maakt ook dat ik met heel uiteenlopende lichamen kan en wil werken: oudere, jongere, professionals, amateurs, dansers met uiteenlopende abilities,… Ik wil altijd vertrekken vanuit de mogelijkheden van het eigen lichaam van een danser, maar ik ben ook ambitieus en wil echt een eindresultaat bereiken wanneer ik een workshop geef.

AM: Hoe kan ik me die bouwstenen voorstellen?

DH: Wanneer ik een workshop geef, werk ik met verschillende oefeningen die zowel het lichaam als de verbeelding aanspreken. Een voorbeeld is de oefening waarbij ik dansers uitnodig om te doen alsof de vloer vol verf ligt, waarmee ze zichzelf moeten kleuren. Vervolgens vraag ik hen om de verfborstel te zijn en met hun lichaam de muren te schilderen. Dat soort oefeningen dient vooral om niet te vergeten dat dans om sensaties in je lichaam gaat, niet louter over het (aan)leren van bepaalde bewegingen. Ik moet zelf ook oppassen dat ik die balans tussen een cerebrale werkwijze en lichamelijke intelligentie niet uit het oog verlies.

AM: Kan die fysieke intelligentie ook aangesproken worden door fysiek contact met andere dansers?

DH: Zeker, al heb ik in deze workshop vooral op contact gefocust, niet zozeer op aanraking. 

AM: Wat is het verschil?

DH: Dus wel: hoe reageert jouw lichaam op wat een ander doet? Hoe reageer jij op wat er gebeurt in de ruimte? Maar geen echte aanraking, daarvoor zou ik meer tijd nodig hebben, nog meer vertrouwdheid. (denkt na) Wat ik heel boeiend vond, was om de stilte te exploreren, de pauzes waarin er even niets gebeurt. In de laatste drie dagen hebben we een afgewerkt geheel van vijftien minuten gemaakt waarin we voortdurend laveerden tussen ritme en stilte in de muziek, tussen bewegen en freezen en opnieuw bewegen. Het mooie is dat je net in die pauzes vaak aandacht krijgt voor de individuele dansers en de verhalen die hun lichamen vertellen. Zolang ze aan het dansen zijn, zijn ze meer één geheel. Wanneer ze stilstaan krijg je heel even het idee dat je naar een schilderij kijkt, waarop je kan inzoomen op al die verschillende mensen. Dat ontroert me.

“Wanneer je werkt met een groep dansers die heel duidelijk verschillende vaardigheden hebben, werk je eigenlijk net met een heel gelijk speelveld, omdat je voortdurend bewust bent van en thematiseert wat voor wie op welke manier het beste werkt.”

AM: Waarin zit die ontroering precies?

DH: Ik denk dat ik, zowel in mijn werk als in mijn dagelijkse leven, vaak op zoek ben naar de menselijkheid, naar hetgeen mensen onderling verbindt, hoe verschillend ze ook zijn. Met een groep dansers als deze wordt dat heel duidelijk. Iedereen komt met zijn heel eigen brein naar de studio, niet in het minst ikzelf (lacht). Ik kan nooit helemaal inschatten wat dansers aankunnen, dus ik moet mezelf voortdurend in herinnering brengen dat er een verschil kan zijn tussen de ambitie die ik in mijn hoofd heb en de realiteit van de dansers waar ik mee werk. Dat vond ik heel aangenaam aan werken met Platform K: wanneer je werkt met een groep dansers die heel duidelijk verschillende vaardigheden hebben, werk je eigenlijk net met een heel gelijk speelveld, omdat je voortdurend bewust bent van en thematiseert wat voor wie op welke manier het beste werkt. Dat voortdurende bewustzijn zorgde ervoor dat ik minder gefrustreerd raakte dan in andere repetitieprocessen soms gebeurt.

AM: Ik wil nog even terug naar die ontroering. Wat bedoel je wanneer je zegt op zoek te zijn naar menselijkheid?

DH: Ik hou van mensen. Ik zit graag naar hen te kijken, op een terras bijvoorbeeld. Dan zie ik een koppel passeren en probeer ik aan hun lichaamstaal af te lezen hoe het met hen gaat: zij hebben ruzie, zij twee hebben net gevreeën,... Eigenlijk probeer ik steeds het onbekende, het heel particuliere en eigene van mensen te lezen aan de hand van de manier waarop ze bewegen, waarop ze kleine, simpele handelingen uitvoeren. Die eigenheid probeer ik ook op een podium te behouden. Tegelijkertijd is er natuurlijk de ambitie van de choreograaf om een beeld te bekomen dat als één mooi geheel leest. Om dat te bereiken moet je zorgen dat dansers voldoende in hun lichaam zitten, daar dienen die oefeningen ook voor. Het is zoals met autorijden: je moet niet bezig zijn met dàt je aan het autorijden bent, die handeling moet vanzelf gaan zodat je op de weg kan focussen.

De ober brengt nog een warme chocolademelk. Hernandez vertrouwt me toe dat hij zin heeft om te schrijven over de workshop die hij gaf.

DH: Er is iets bewogen, maar ik heb er nog geen grip op wàt er dan precies bewogen heeft. Er is in ieder geval veel dat ik moet verteren, veel dat zal overblijven van deze workshop als ik de tijd heb gehad alles te laten bezinken.

AM: Wat denk je dat er zal overblijven na het verteringsproces?

DH: Ik weet het echt niet, het is te vroeg om het te zeggen. Maar ik voel wel dat deze workshop aansluit bij iets waar ik al langer over nadenk. Ik zie makers in mijn omgeving heel expliciet politiek werk maken. Zelf voel ik op dit moment niet die nood. Ik wil in de eerste plaats ontdekken hoe lichamen werken, hoe beweging werkt, en hoe dans per definitie iets is wat je niet zonder anderen kan maken. Als daar een politieke of sociale boodschap bij komt kijken, mag dat absoluut, maar ik wil geen boodschap aan mijn werk opdringen omdat het toevallig hip is.

Hernandez’ fascinatie voor beweging springt tijdens ons gesprek op mij over. De bewegingen die hij maakt tijdens het praten, vertellen nóg een verhaal, een dat ik als auteur onmogelijk onder woorden kan brengen. Hij vertelt dat een van de dansers een epileptische aanval kreeg tijdens de workshop. Als een elegante mimespeler beeldt hij uit wat er gebeurde.

DH: Het was eigenlijk een heel rustige gebeurtenis. De danser liep naar een hoek van de zaal, richting Brecht, legde haar hoofd tegen zijn borst en kreeg een epileptische aanval. Dat is zo wonderlijk voor mij om te zien, hoe kalm iedereen blijft, ook de andere dansers, omdat ze weten: er is iemand die voor haar zorgt, er is niets ergs aan de hand. En het is een voorrecht om te mogen werken in een context waarin die zorg wordt opgenomen door mensen die heel vertrouwd zijn met de dansers. Dat kan ik als choreograaf onmogelijk allemaal zelf doen, zoals ik ook niet mijn eigen muziek, licht en decor kan regelen.

“De cirkel van Platform K, wat daar gebeurt, dat is écht belangrijk. We vergeten steeds meer hoe we moeten samenwerken en -leven met mensen die van ons verschillen, die we niet goed kennen. Maar dit soort ervaring doorbreekt dat radicaal.”

AM: Vind je het jammer dat de workshop voorbij is?

DH: Ik sta open voor meer. Dat zeker. In een droomscenario zou ik de Platform K-dansers vragen om samen met hun artistiek coaches te dansen. Niet alleen omwille van het dansen, maar ook omdat zij een omringende cirkel vertegenwoordigen en een vertrouwdheid die je anders zelden op een podium te zien krijgt. Die cirkel van Platform K, wat daar gebeurt, dat is écht belangrijk. We vergeten steeds meer hoe we moeten samenwerken en -leven met mensen die van ons verschillen, die we niet goed kennen. We draaien allemaal in steeds kleinere cirkeltjes in de echokamers van onze ideologie. Maar dit soort ervaring doorbreekt dat radicaal.

AM: Zit daar dan misschien toch iets politieks?

DH: Niet expliciet. Het gaat opnieuw over onze gedeelde menselijkheid. (twijfelt) Ik kom uit een familie die op ideologisch vlak erg van mij verschilt. Dat is een breuklijn, maar toch is het ook mijn familie. Dat is heel erg moeilijk om te navigeren. Als mijn vader zegt ‘I care for you,’ dan is er één manier waarop dat helemaal klopt: de foto van mij en mijn partner staat op de schouw. Maar toch is er ook een manier waarop het niet klopt: in politieke zin, in zijn concrete stemgedrag, zorgt hij niet voor me, kan hij dat niet. Ik denk dat het me daarom zo ontroert wanneer ik de Platform K-dansers allemaal samen zie bewegen of stilstaan. En wanneer ik daaromheen de cirkel zie die meebeweegt, mee stilstaat – de cirkel van werkelijke zorg voor elkaar, op de twee niveaus. 

Amber Maes studeerde Wijsbegeerte en Theater-, Film-, Literatuurwetenschappen. Voor Etcetera schrijft ze over podiumkunsten. Daarnaast is ze vooral actief in de literaire sector.